Over burgerschap hebben wij allen wel
eens gehoord. Je bent onderdeel van een maatschappij en participeert in deze
maatschappij. In het onderwijs wordt er aandacht besteed aan dit thema. De
leerlingen maken kennis met begrippen zoals democratie, identiteit en
participatie. Allemaal begrippen die voortvloeien uit burgerschap.
Tegenwoordig kan er ook gesproken worden
over wereldburgerschap. De mens is onderdeel van de steeds kleiner wordende
wereld; globalisering. Dat is enerzijds heel prettig, want er kan contact
gelegd worden met mensen aan de andere kant van de wereld. Hierdoor kan de handel
verbeterd worden en kan er meer kennis opgedaan worden over verschillende
culturen, landen en talen. Toch heeft deze globalisering ook een keerzijde. Doordat
er meer contact gelegd kan worden met de wereld, wordt de mens ook steeds meer
blootgesteld aan wereldbedreigende catastrofen, wat zorgt voor angsten. Er werd
gezegd dat in het jaar 2011 de wereld op 12 mei zou vergaan. (http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nieuws/article/detail/2434133/2011/05/19/Zaterdag-vergaat-de-wereld-geloven-sommigen.dhtml) Toen dat uitbleef, werd de datum opgeschoven naar 22
oktober 2011. Niet alleen het vergaan van de wereld zorgt bij een aantal mensen
voor angsten, maar ook de nieuwsberichten in de media zorgen voor onrust. Een belangrijke
bron voor deze angst is het gevoel van onvermogen. Een individu kan er weinig
verandering aan brengen en ook de politiek blijft alleen lokaal actief. Criminaliteit lijkt steeds dichterbij te
komen, waardoor de angsten steeds groter worden. Mensen leven in een
maatschappij waarin zij steeds individueler moeten leven, want van sociale
controle is nauwelijks sprake. De mens staat gevoelsmatig machteloos. Volgens Zygmunt
Bauman heet dit ‘liquid fear’. (http://www.krisis.eu/content/2007-1/2007-1-12-andrades.pdf)
Het is aan de opvoeders en de leerkracht om deze
angsten bij de kinderen (gedeeltelijk) weg te nemen. Door de leerlingen in
contact te brengen met democratie, identiteit en participatie, vormen zij een
mening over het burgerschap. Hierbij is de opvoeder of leerkracht een
begeleider.